Aanvullende FSN regels tijdens wedstrijden

(Bron: Federatie Sloeproeien Nederland)

Zie ook het FSN wedstrijdreglement (huidige versie 4.9.9 september 2025) op de pagina downloads

Volgens het FSN reglement dient de volgende veiligheidsuitrusting aan boord van een sloep te zijn tijdens wedstrijden;

Artikel 5: Uitrusting

  1. Tot de verplichte minimale uitrusting tijdens een FSN-wedstrijd behoren:

    1. Dollen met bijbehorende riemen voor elke dolpot;
    2. 2 hoosvaten/emmers;
    3. Een deugdelijke voor- en achterlijn (mede in verband met het slepen van een sloep in noodgevallen); waarvan minstens één (sleep)lijn met een lengte van minimaal 10 meter
      lang en minimaal 12 mm dik;
    4. Ten minste 2 voor de sloep geschikte fenders/stootwillen ter voorkoming van beschadiging aan de eigen of andere sloep(en);
    5. Voor het bevestigen van het startnummer dient voor op de sloep een houder gemonteerd te zijn. Deze houder moet dusdanig zijn gemonteerd dat het startnummer te allen tijde waarneembaar is vanuit een standpunt haaks op de sloep. De houder (100 mm lang en inwendig 16 mm vierkant) moet goed gemonteerd worden, verticaal, bovenkant gelijk of hoger dan de voorsteven en onderkant dicht met eventueel een water loop gaatje;
    6. Voldoende reddingsmiddelen voor alle opvarenden, waaronder ten minste één deugdelijk reddingsvest per opvarende. Let er bij zelf opblazende reddingsvesten op dat ze goedgekeurd zijn!
  2. Tot de aanbevolen uitrusting behoren:
    1. Reserve dol(len) en riem(en);
    2. Een handpomp;
    3. Een anker en ankerlijn van voldoende lengte;
    4. Een EHBO-koffer;
    5. Thermodekens (onderkoeling);
    6. Voldoende water (uitdroging);
    7. Een kompas;
    8. Een radarreflector
  3. Wedstrijdorganisaties kunnen, afhankelijk van de aard van de wedstrijd, elke van bovengenoemde aanbevolen middelen als verplicht verklaren. Deze organisaties dienen dit wel duidelijk aan te geven aan de deelnemende teams;
  4. Elektrische hulpmiddelen ten behoeve van plaats- en snelheidsbepaling, verlichting en telecommunicatie zijn toegestaan;
  5. Een elektrische lenspomp is toegestaan; deze dient echter als aanvulling en niet als vervanging van het onder lid 1, punt b vermelde;
  6. Naam van de sloep leesbaar aangebracht op de boeg aan beide zijden en een plaatje met het FSN-nummer goed leesbaar aangebracht aan de binnenzijde;
  7. Sloep moet goed hijsbaar worden aangeboden voor het te water laten kunnen worden bij een wedstrijd. Dit wat betreft de gewichtsverdeling, zodat de sloep niet in de banden kan
    wegdraaien. Geadviseerd wordt kenmerken op de sloep aan te brengen waar de stroppen ten behoeve van het kranen dienen te worden geplaatst;
  8. Verder dient de uitrusting te voldoen aan de eisen die het Binnenvaartpolitie- reglement (BPR) hieraan stelt.

Nog enkele tips buiten het FSN reglement:

Weersomstandigheden

Wees tijdens trainingen en wedstrijden bedacht op plotselinge veranderende omstandigheden, of calamiteiten. De weersomstandigheden kunnen veranderen, zware buien of mist kunnen het zicht onverwacht sterk verminderen. Een of meerdere van de opvarenden kunnen onwel worden, of gewond raken. Door slecht zeemanschap van een ander schip kun je betrokken raken bij een ongeval. Zorg, zeker tijdens trainingen op open water, bij voorkeur voor;

  • middelen om hulpdiensten in te roepen, bv marifoon (certificaat verplicht) of een mobiele telefoon met voldoende batterijcapaciteit.
  • middelen om de aandacht te trekken, bv reddingsignalen
  • middelen om te navigeren zodat bij plots opkomende mist de weg terug naar de haven gevonden kan worden, er zijn tegenwoordig uitstekende apps.
  • een luchthoorn om bij slecht zich signalen te kunnen geven aan andere schepen

 

Hou de weersomstandigheden goed in de gaten. Zoek bij naderend onweer zo spoedig mogelijk de thuishaven of andere beschutting van een haven op. Let op in de buurt van grote schepen, ze veroorzaken soms grote boeg- en hekgolven en hebben vaak een dode hoek voor het schip van honderden meters lang. Bij voorkeur nooit voor een groot schip oversteken, maar achterlangs.


Alcohol

Wellicht overbodig om te noemen, maar het wettelijk toegestane alcoholpromillage voor schippers bedraagt 0,5 promille en geldt voor alle schippers en voor degenen die aan het roer staan. Iedereen die een schip bestuurt moet scherp en alert zijn. Ga voor zeker en drink geen alcohol als stuurman van een sloep, je hebt de verantwoording voor 6 tot 12 overige opvarenden en alle andere schepen in je buurt!